
25 februari 2026
Stichting oprichten: soorten, stappen en valkuilen
Een stichting koppelt vermogen aan een belangeloos doel, zonder leden. Zo pakt u een private stichting of een stichting van openbaar nut aan: stappen, fiscaliteit en valkuilen.
1 gids over het thema “Stichting”: wettelijke verplichtingen, concrete stappen, kosten en termijnen.
Een stichting stelt een vermogen ten dienste van een belangeloos doel, zonder leden en zonder winstverdeling. Families, filantropen en ondernemers gebruiken ze om een doel duurzaam te steunen. Deze pagina helpt oprichters het juiste model te kiezen en valkuilen te vermijden.
Boek 11 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen omkadert deze vorm. Een of meer stichters dragen goederen over aan de structuur. Een bestuursorgaan beheert ze daarna, volgens de statuten. Geen enkele stichter of bestuurder mag er een vermogensvoordeel uit halen.
Het verschil met de vzw zit in de structuur. De vereniging brengt personen samen rond een project. De stichting vertrekt daarentegen van een vermogen dat aan een doel is toegewezen. Onze gids om een vzw op te richten helpt beide opties te vergelijken.
Het private model blijft het meest toegankelijk. Eén stichter volstaat, natuurlijke persoon of rechtspersoon. De wet eist geen minimumvermogen. De structuur ontstaat bij notariële akte of bij testament, en krijgt rechtspersoonlijkheid bij de neerlegging van de akte.
Het model van openbaar nut streeft een doel van algemeen belang na, bijvoorbeeld filantropisch, wetenschappelijk, artistiek of cultureel. De erkenning verloopt via een koninklijk besluit, na een aanvraag bij de FOD Justitie. Dat statuut brengt officiële erkenning, maar ook strengere vereisten.
De oprichting volgt een eenvoudige volgorde.
De structuur krijgt dan haar ondernemingsnummer. Ze schrijft daarna haar uiteindelijke begunstigden in het UBO-register in. Verzorg vooral de regels om de statuten te wijzigen. Zonder ledenvergadering kan niemand een te strakke tekst makkelijk aanpassen. Regel ook de opvolging van de bestuurders, want de structuur overleeft vaak haar stichters.
In principe valt de structuur onder de rechtspersonenbelasting. Ze gaat wel over naar de vennootschapsbelasting als ze hoofdzakelijk winstgevende verrichtingen doet. Net als een vzw voert ze ook een boekhouding die past bij haar omvang. Voor schenkers blijft een belastingvermindering van 45 % mogelijk. Daarvoor is een gift van minstens 40 euro per jaar aan een erkende instelling nodig.
Dat voordeel beloven zonder erkenning vormt dus een ernstige fout. De voorwaarden vindt u op de website van de FOD Financiën.
Neem een fictief voorbeeld. Een stichter brengt 10.000 euro in om elk jaar studiebeurzen te financieren. Dat kapitaal dreigt snel op te raken. Beter is dan het doel af te bakenen of regelmatige inbrengen te voorzien.
Onze volledige gids om een stichting op te richten beschrijft elk model. Lees voor het bestuur ook de aansprakelijkheid van bestuurders en de publicatie in het Belgisch Staatsblad.